1 Voor de koorleider. Bij snarenspel, op de wijs van De achtste. Een psalm van David.
tuchtig mij niet in uw toorn.
Genees mij, HEER, ik ben doodsbang,
4 ik vrees voor mijn leven.
Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?
5 Keer terug, HEER, spaar toch mijn leven,
toon mij uw trouw en red mij.
wie in het dodenrijk kan U nog loven?
7 Moe ben ik van zuchten,
elke nacht is mijn kussen nat,
mijn bed doorweekt van tranen.
8 Mijn ogen zijn gezwollen van verdriet,
dof door alles wat mij benauwt.
De HEER hoort hoe luid ik ween,
10 de HEER hoort mijn roep om erbarmen,
de HEER neemt mijn smeekbede aan.
11 Beschaamd en doodsbang keren mijn vijanden om,
in een oogwenk met schande bedekt.
© 2021 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap