Genesis 1

In het begin …

Door Jaap van Dorp

Genesis 1 hoort tot de meest bekende hoofdstukken uit de Bijbel. Eigenlijk moet je zeggen: Genesis 1:1-2:3. Want het scheppingsverhaal dat in Genesis 1 begint, eindigt in Genesis 2:1-3 met de heiliging van de zevende dag.

 

Het scheppingsverhaal hoort bij de teksten in de NBV waarover veel opmerkingen van lezers zijn binnengekomen. Als vertaler kijk je dan met extra zorg naar zo’n tekst. Het werk aan Genesis 1:1-2:3 vertelt het verhaal van de revisie van de NBV in een notendop. In deze blog neem ik daarom de zes belangrijkste wijzigingen door.


Genesis 1:2
De aarde was nog woest en doods

Het woord ‘nog’ in dit vers is waarschijnlijk het meest besproken woordje in de NBV. Op zich is deze keuze te verdedigen als weergave van het verbindingswoordje we waarmee vers 2 in het Hebreeuws begint. Vergelijk de NBG-vertaling 1951 die met ‘De aarde nu was woest en ledig’ het vers inzet. Maar ‘nog’ brengt onnodig veel invulling met zich mee. En een meer open formulering zonder ‘nog’ past beter bij de stijl van de opsomming in Genesis 1:2.

 

Genesis 1:3
Er moet licht zijn > Laat er licht zijn

De NBV biedt hier een prima vertaling, en toch is er een probleem. Want dit ‘moeten’ van de gebiedende wijs keert terug in alle scheppingswoorden in Genesis 1, en door de herhaling gaat het opvallen. Er ‘moet’ zoveel, schreef een van de lezers. Het Nederlands biedt nog een andere optie die verwant is met de gebiedende wijs: ‘Laat er licht zijn’. Dat sluit goed aan bij hoe er verderop in vers 26 is vertaald: ‘Laten Wij mensen maken’.

 

Genesis 1:12
allerlei bomen die … > alle soorten bomen die …

God schept de gewassen, bomen en dieren ‘alle naar hun soort’, vertelt Genesis 1. In goed Nederlands spreek je dan van ‘alle soorten’: alle soorten vogels, alle soorten vee, enzovoort. De NBV varieert hier: soms allerlei (bomen), soms alles (wat vleugels heeft), soms alle soorten. Dat het in de vertaling niet steeds over ‘alle soorten (bomen, vogels)’ gaat is jammer, want de soortenrijkdom hoort bij het scheppen van alles wat op aarde groeit en leeft. Het gaat om een van de terugkerende motieven in Genesis 1. Door steeds de formulering ‘alle soorten’ te gebruiken wint de vertaling aan kracht. En het laat ook zien dat de tekst wil zeggen: de schepping was compleet, er ontbrak niets. Herhaling van motieven is een essentieel stijlkenmerk van Genesis 1. Het past bij de NBV om dat in de vertaling duidelijk naar voren te brengen.

 

Genesis 1:14
Ze moeten de seizoenen aangeven > Ze moeten dienen als tekens die de feesten aangeven

Het woord ‘seizoen’ klinkt heel logisch in deze context. Toch is het niet wat het Hebreeuwse woord mo’eed betekent. Uitleggers zijn het erover eens dat dit woord verwijst naar de liturgische kalender; het gaat om hoogtijdagen (die natuurlijk vaste momenten in het jaar waren). Daarom is ‘feesten’ een betere vertaling. Genesis 1 is theologie, en dan past het heel goed om bij de schepping van de hemel en de aarde al aan de feestkalender van Israël te denken.
De hemellichten dienen als ‘tekens’ voor de feesten. De NBV heeft dit lastige begrip vereenvoudigd door hun functie te formuleren met ‘aangeven’. Dat vinden we slim gedaan, maar het woord ‘tekens’ moet volgens ons in de vertaling bewaard blijven.

 

Genesis 2:3
op die dag rustte hij > Op de zevende dag rustte Hij

De Hebreeuwse brontekst noemt de zevende dag driemaal in Genesis 2:2-3. In de NBV is die zevende dag één keer ‘die dag’ geworden. Dat levert een vloeiende zin op in het Nederlands. Maar dat de zevende dag, vlak achter elkaar, drie keer met nadruk wordt genoemd is een opvallend kenmerk van de tekst. Dat moet in de vertaling bewaard blijven. De herhaling nodigt je bovendien uit om te lezen op een plechtige toon. Precies wat de bedoeling is van deze verzen.

 

Genesis 2:4
In de NBV ligt er middenin Genesis 2:4 een overgang tussen wat voorafgaat en wat volgt. Dit geldt tegenwoordig echter als een verouderde visie. De meeste uitleggers zien het begin van 2:4 als inleiding van een nieuwe verteleenheid (die bewust gebruikmaakt van termen uit Genesis 1, zodat het vervolg daar expliciet mee verbonden wordt). De NBV21 sluit aan bij deze consensus. Daarmee wordt de scharnierfunctie van 2:4a beter zichtbaar: de terminologie haakt aan bij wat eraan voorafgaat en tegelijk wordt er een nieuw stuk geopend: ‘Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde.’ Nieuwe verteleenheden in het boek Genesis beginnen vaker met ‘Dit is de geschiedenis van …’, zie bijvoorbeeld Genesis 11:27 en 25:19.

 

Mooie reacties
Genesis 1:1-2:3 maakt deel uit van de voorpublicatie. Er zijn al mooie reacties op gekomen. Vooral wat betreft het ‘moeten’ in de scheppingswoorden. Zo noemde dominee Yko van der Goot het in een radioprogramma een mooie verbetering, en, zei hij, ‘het geeft je ook weer een ander beeld van God’.

Een mooie les van het werk aan de NBV21 waarin reacties van lezers en het werk van ons als vertalers elkaar versterken, is: iets hoeft niet fout te zijn om toch verbeterd te kunnen worden.

En het leert ons ook dat je nooit klaar bent met ontdekken welke betekenis er allemaal in de teksten schuilt.

Jaap van Dorp is oudtestamenticus en lid van het vertaalteam van de NBV21.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Enthousiast?
Deel het nieuws over de NBV21!