Kerst met de NBV21 - het echte verhaal

Kerst met de NBV21 - het echte verhaal

Door Matthijs de Jong

De vorige blog maakte duidelijk waarom drie bekende bewoordingen uit het traditionele kerstverhaal niet zijn teruggekeerd in de NBV21: en het geschiedde, de kribbe en de herberg. Vandaag zoomen we in op de verbeteringen die de NBV21 wél heeft doorgevoerd in Lucas 2. Mede dankzij opmerkingen van lezers kon de vertaling op drie punten verbeterd worden. Welk licht werpen die verbeteringen op het kerstverhaal zoals Lucas het vertelt?

Óók Jozef

Lucas 2:1-3 gaat over gebeurtenissen op wereldschaal: een keizer, een wereldwijde volkstelling en bijgevolg een volksverhuizing. In vers 4 zoomt de camera in. De focus verschuift van het wereldtoneel naar een individu: Jozef, die samen met zijn aanstaande vrouw, Maria, op reis gaat. Lucas formuleert één lange zin (vers 4 en 5). Om die goed in het Nederlands te formuleren moet je op twee dingen bedacht zijn.

Ten eerste moet de zin beginnen met ‘Ook Jozef …’, want met het woordje ‘ook’ (Grieks: kai) wordt de reis van Jozef en Maria aan het grote wereldgebeuren gekoppeld. Hier hebben de critici van de NBV een punt: dat de NBV het woordje ‘ook’ liet liggen is geen fraaie zaak. Maar als je vertaalt: ‘Ook Jozef ging van Nazaret in Galilea naar Judea …’ (Groot Nieuws Bijbel) gaat het ook niet goed. Dan klinkt het alsof heel de wereld naar Judea afreist. Het luistert dus nauw hoe je deze zin opzet.

De tweede moeilijkheid is dat het element ‘samen met Maria’ pas helemaal achteraan staat, na het inschrijven, terwijl het hoort bij de persoonsvorm, ‘op reis gaan’. Voor een heldere Nederlandse weergave moeten we de informatie in de zin anders ordenen. Dat is gedaan in de NBV21:

“Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven. Samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, reisde hij van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde.” (Lucas 2:4-5, NBV21).

 

Van doek naar doeken

Lucas 2:6-8, het slot van het geboorteverhaal, speelt zich af op de plaats van bestemming, Betlehem. Daar wordt het kind geboren. Maria wikkelt haar kind in doeken. De NBV had hier het enkelvoud: ‘in een doek’. Daar kwamen veel kritische reacties op. Uit het Grieks kun je het niet afleiden: daar staat alleen een werkwoord dat je met ‘inbakeren’ of inwikkelen’ kunt vertalen. De NBV21 kiest om drie redenen voor het meervoud ‘doeken’. Ten eerste is dit consistent met de woordkeus in Ezechiël 16:4. Daar gaat het ook over inbakeren, en de brontekst is vergelijkbaar (daar uiteraard Hebreeuws). Ten tweede: de oudste vertalingen noemen soms wél expliciet de doeken erbij, altijd in het meervoud. En ten derde is het in overeenstemming met de toenmalige praktijk: men bakerde pasgeboren kinderen in met meerdere repen stof.

Gastenverblijf

Verreweg de meeste opmerkingen gingen over ‘het nachtverblijf van de stad’. Is nachtverblijf wel een gelukkige keuze, vroegen veel lezers zich af. En waar komt dat element ‘van de stad’ eigenlijk vandaan?

De brontekst is hier wat raadselachtig: ‘omdat er voor hen geen plaats was in het onderkomen’. Wonderlijk genoeg spreekt Lucas hier over ‘het onderkomen’ alsof we allemaal weten wat hij bedoelt. Hebben we iets gemist? Bedoelt hij dat Jozef en Maria ergens in Betlehem verbleven maar dat die plek voor een pasgeboren baby geen ruimte bood? Je krijgt er de vinger niet achter.

De NBV heeft dit probleem opgelost door te spreken van ‘het nachtverblijf van de stad’. Dan wordt het opeens logisch: er was gewoon één publiek nachtverblijf. En dat zat vol. Maar het punt is dat je dit niet kunt afleiden uit wat Lucas schrijft. Dus laat dat ‘van de stad’ maar liever buiten de vertaling.

En het woord ‘nachtverblijf’, zo lieten veel lezers weten, doet denken aan een dierentuin. Daar kun je beter ‘gastenverblijf’ van maken, dat is neutraler. De NBV21 geeft nu een directe vertaling van wat Lucas vertelt: ‘omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf’. Dat moeten we het mee doen. De rest is giswerk. En er zijn twee goede redenen om daar niet te lang over te blijven piekeren. Ten eerste kom je er toch niet achter. Lucas vertelt dit deel van het verhaal nu eenmaal zeer beknopt. En in de tweede plaats omdat Lucas focust op iets anders: dat het kind in een voederbak wordt gelegd. Dát is hier het punt. Dat komt in het vervolg steeds terug: het kind in de voederbak (vers 12, vers 16).

Kwetsbaarheid

Die voederbak is niet voor niets. Het verhaal begint in Rome, bij de machtigste man op aarde. En het loopt uit op de nederigste plek voor de pasgeboren Jezus: een voederbak. Het contrast kan niet groter zijn. Macht en aanzien aan de ene kant. Kwetsbaarheid en nederigheid aan de andere kant. De een laat zich redder van de wereld noemen. De ander ís het.

Ik wens u toe dat de NBV21 u het verhaal als nieuw laat horen. Gezegend kerstfeest!

 

Matthijs de Jong is Hoofd vertalen en exegese bij het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 

Ontdek de NBV21

Ontvang een week lang elke ochtend een nieuwe tekst mét overdenking uit de NBV21. Schrijf je nu in en ontvang vandaag je eerste email!

ontdek nbv21 journey iphone

Meer nieuws

‘Er stáát toch vlees, professor?’

Tientallen jaren geleden, in een collegezaal in een van onze universiteitssteden. Een van de studenten krijgt de beurt om een stukje uit Romeinen 8 te vertalen vanuit het Grieks: ‘Want wat voor de wet onmogelijk was, omdat zij zwak was door het vlees…’ Docent: ‘Waarom vertaalt u daar “vlees”, meneer?’ ‘Er stáát toch “vlees”, professor?’ ‘Nee meneer, er staat geen “vlees”, er staat “sarx”.’

Lees meer >