Christiaan Erwich

“MiMi” ontrafelt wie wie is in de Bijbel

Dr. Christiaan Erwich is kortgeleden gepromoveerd aan de VU op een onderzoek naar de Psalmen. Hij gebruikte de computer om complexe vragen in het Hebreeuwse Oude Testament op de lossen. In dit interview vertelt hij over zijn onderzoek en over zijn kijk op bijbelvertalen. Stroken zijn bevindingen met de keuzes van de NBV21?

Kun je in het kort je onderzoek omschrijven?
Ik heb een computeralgoritme ontwikkeld dat helpt om de vraag ‘wie is wie?’ in de Hebreeuwse tekst beter te beantwoorden. Ik heb dit algoritme ‘MiMi’ genoemd, naar het Hebreeuwse woord voor ‘wie’. Ik ben gepromoveerd op de Psalmen, maar MiMi werkt voor alle Hebreeuwse teksten in het Oude Testament.

Komt het vaak voor dat het onduidelijk wie wie is in de Bijbel?
In de Psalmen is het inderdaad vaak onduidelijk wie er spreekt. Dan vraagt de lezer zich af: is de ik-persoon nou God of een mens? En als het een mens is, wie dan precies?
Het wie-is-wie probleem wordt veroorzaakt door onverwachte wisselingen van persoonsvormen. Een wij-persoon (bijv. ‘wij prijzen jou’) wisselt bijvoorbeeld opeens naar een ik-persoon (bijv. ’ik spreek recht over jou’). Al eeuwenlang proberen uitleggers in hun commentaren antwoord te geven op wie-is-wie vragen.
In mijn onderzoek laat ik zien dat uitleggers soms sterk uiteenlopende interpretaties geven van zo’n ik-persoon: het is een koning, een profeet, een smekeling, een priester, God, etc. Bovendien gebruikte men voor het beantwoorden van de vraag wie is wie? tot nu toe geen systematische methode.

Hoe helpt MiMi bij dit probleem?
Je moet om te beginnen alle verwijzingen naar dezelfde persoon opsporen in een tekst. Ik heb een algoritme gebouwd, MiMi, dat veel systematischer dan mensen dat kunnen alle verwijzende vormpjes verzamelt en met taalkundige regels aan elkaar koppelt. Als je dat voor heel veel teksten doet, kun je er achter komen dat in een bepaald bijbelvers die ‘ik’ bijvoorbeeld God is, en dat er voor de andere interpretaties geen basis is in de tekst.

Zou je kunnen zeggen dat MiMi doet wat sprekers van het bijbelse Hebreeuws intuïtief deden?
Ik vind het moeilijk te spreken voor de oorspronkelijke lezers of sprekers. Want zij zullen (sommige van) de verwijzende vormpjes vast en zeker weer wat anders begrepen hebben dan dat wij dat doen. Dat heeft met de omgeving, tijd en cultuur te maken waarin je leeft. MiMi ontkleedt de tekst heel even van alle invullingen die wij als mens standaard doen, of dat nu om interpretaties uit de tijd van het bijbels Hebreeuws gaat of die van nu. Dat is het mooie aan MiMi: het brengt je terug naar de taalkundige data, en van daar uit bouw je je interpretatie op. Je zou het algoritme tijdloos kunnen noemen. Al kan ik me voorstellen dat lezers over twintig jaar moeten glimlachen als ze deze opmerking lezen.

Psalm 75 is een mooi voorbeeld van de moeilijkheden die jij probeert op te lossen. Kun je vertellen wat er met deze psalm aan de hand is?
Psalm 75 gebruik ik in mijn onderzoek als casus om mijn methodes te toetsen. De grootste uitdaging in deze Psalm is wat God zegt en wat een mens zegt van elkaar te onderscheiden. Daarnaast worden er allerlei personen of groepen opgevoerd van wie de vraag is wie het zijn: de ‘hoogmoedigen’ en de ‘zondaars’. De Psalm opent met een niet geïdentificeerde wij-groep die God looft. Vervolgens spreekt er zonder aankondiging een ik-persoon. De ‘ik’ spreekt recht, is dat God? De Psalm eindigt dan ook weer met een niet nader genoemde ik-persoon. Mysterieus is het wel te noemen.

Wat is jouw uitkomst bij Psalm 75?
Op basis van MiMi’s resultaten zeg ik in mijn onderzoek: in vers 2 spreekt er een groep van gelovigen. Wie dat zijn weten we niet. In verzen 3-6 spreekt God. In verzen 7-9 spreekt er een niet geïdentificeerde menselijke spreker. Het lijkt wel alsof dat met opzet is gedaan. Ik neem aan: hier spreekt de dichter. In vers 10 is er weer een ongeïdentificeerde menselijke spreker en in vers 11 spreekt God weer.

Jouw analyse stemt overeen met Psalm 75 in de NBV21 (zie onder). Wat zegt dat?
Dat jullie je werk goed gedaan hebben, haha! Zonder gekkigheid: de vertalers hebben hun vertaling gebaseerd op de tekst, zonder eerst aannames te doen over wat er zou moeten staan. Dat klinkt als een open deur, maar dat is een fundamenteel verschil met hoe uitleggers soms met teksten omgaan. Ik kijk daarom uit naar het verschijnen van de NBV21 om te bekijken wat voor vertaalkeuzes er gemaakt zijn.

Psalm 75 in de NBV21
1 Voor de koorleider. Op de wijs van Verdelg niet. Een psalm van Asaf, een lied.

2 Wij loven, God, wij loven U,
uw naam is ons nabij,
uw wonderen gaan van mond tot mond.

3 ‘Ja, Ik bepaal of de tijd is gekomen,
Ik zal oordelen naar recht en wet.
4 Al beeft de aarde met haar bewoners,
Ik heb haar op zuilen vastgezet. sela

5 Tot de hoogmoedigen zeg Ik: Wees niet hoogmoedig,
tot de trotse zondaars: Verhef je niet,
6 verhef je niet tegen de hemel,
spreek niet op hoge toon.’

7 Niet uit het oosten, niet uit het westen,
niet uit de woestijn komt verheffing,
8 het is God die rechtspreekt
en de een vernedert, de ander verheft.

9 In zijn hand houdt de HEER een beker
met wijn, schuimend en bitter gekruid,
Hij schenkt hem uit aan de zondaars op aarde,
zelfs de droesem moeten zij drinken.

10 Ik wil er altijd over spreken,
erover zingen voor de God van Jakob:
11 ‘De trots van de zondaar zal Ik breken,
maar de rechtvaardige zal Ik verheffen.’

Wat heb je met bijbelvertalen?
Bij het centrum waar ik werkte (Eep Talstra Centre for Bible and Computer) gebruiken we de computer voor bijbelonderzoek. Toch gebruikte ik dagelijks ‘papieren’ bijbelvertalingen in het Nederlands en andere talen om mijn werk te kunnen doen. Algoritmeresultaten checken, even kijken: wat staat er op een bepaalde plek ook al weer? Persoonlijk ben ik een liefhebber van de profetische boeken Jesaja en Ezechiël en, hoe kan het ook anders, bijbelse poëzie: de Psalmen, Job en Hooglied.
Ik volg de discussie over het vertalen van persoonsvormen die verwijzen naar God, ‘Hij spreekt’, met een hoofdletter ‘H’ met interesse. Los van de vraag of die hoofdletter een stap terug is in de tijd qua patriarchale verhoudingen, is de keuze vertaaltechnisch te verdedigen. Maar dan je moet je dat wel goed uitleggen. Het Oud Hebreeuws kent geen hoofdletters, staat ver van ons af in tijd, cultuur en ruimte, en het is lastig om te bepalen naar wie persoonsvormen soms verwijzen. Dat kan nog lastiger worden als de tekst vertaald is. Vertalers kunnen de lezer dan een handje helpen met dit soort keuzes. Zo’n hoofdletter is niet de enige oplossing. Je kunt ook schuingedrukte letters gebruiken voor godsspraak. Of je laat überhaupt aanwijzingen dat God spreekt weg, je laat dan in het midden wie wie is. Dat doet meer recht aan de tekst en het mysterie dat in de tekst verborgen ligt.

Wat kunnen we in de toekomst verwachten van MiMi?
MiMi kan nog verder verbeterd worden. Ik heb de code en data op een open science-manier gepubliceerd (GitHub) en mijn proefschrift is ook vrij te downloaden (VU Universiteitsbibliotheek). Dat is een uitnodiging voor ieder die kan programmeren en/of gevoel heeft voor het onderwerp. MiMi zou bovendien in een app verwerkt kunnen worden om dominees te helpen hun preek voor te bereiden. MiMi’s resultaten kunnen op mooie manieren gevisualiseerd worden, bijvoorbeeld dat in een bijbeltekst oplicht welke woorden bij welke persoon horen. Daar zie ik echt toekomst in.

Meer nieuws

NBV

Reacties op de NBV: wat waren de populaire bijbelboeken?

In de loop van de jaren zijn er duizenden reacties op de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 bij het Nederlands Bijbelgenootschap binnengekomen. De achtergrond van die reacties was heel divers. Bijbeluitleggers en neerlandici hebben gereageerd, professoren, predikanten en gewone bijbellezers, ouderen en jongeren. Sommigen zijn blij met een keuze in de NBV, andere minder of helemaal niet.

Lees meer >

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief